Ontwikkeling van het kind

Psychomotorische ontwikkeling 3-6 m

Psychomotorický vývoj 3-6m

Psychomotorische ontwikkeling door de ogen van een moeder en fysiotherapeut. Dank aan @mamimi_fyzio voor een nieuw deel in onze serie. 

Het tweede trimester van het kind (van de voltooide derde maand tot de voltooide zesde maand) is voor de baby een periode waarin het leert de wereld te verkennen met behulp van zijn hand, de grijpfunctie zich ontwikkelt en ook de verschillende manieren waarop het die grijpfunctie kan uitvoeren. Onze voorbeeldbaby kan aan het einde van de derde maand een gegeneraliseerde grijpreflex uitvoeren - dat betekent dat hij, wanneer er een speeltje vanuit het midden wordt aangeboden, de handen samenbrengt, de benen optrekt en zijn handen samen met het speeltje in zijn mond stopt. Geleidelijk begint hij zijn handje te herkennen, de grijpreflex verdwijnt en het kind begint uit eigen beweging naar speelgoed te grijpen.

Vierde maand

Een baby van vier maanden zou in staat moeten zijn een speeltje te grijpen dat vanaf de zijkant wordt aangeboden, maar de greep hoeft nog niet nauwkeurig te zijn; het handje pakt het voorwerp aan de pinkzijde vast. Hij speelt met zijn handjes voor zijn lichaam en kijkt ernaar; alles wat hij vastpakt, gaat nog altijd meteen naar zijn mondje. Hij begint zijn lichaam te leren kennen, raakt zijn buikje, genitaliën en liezen aan. Ook op de buik probeert hij te grijpen; van de oorspronkelijke symmetrische steun op de ellebogen gaat het over naar een asymmetrische houding, waaruit geleidelijk een andere belangrijke mijlpaal ontstaat: steun op één elleboog en de knie van de tegenoverliggende zijde. Deze houding is heel belangrijk voor de verdere ontwikkeling. Juist hier worden de bovenste ledematen voor het eerst verdeeld in een steun- en een grijparm. Juist op deze leeftijd leert de hersenen dat het mogelijk is naar een speeltje te reiken met beide handen en dat je op beide ellebogen en beide knieën kunt steunen. Hier ontstaat al de basis voor later kruipen.

Wanneer opletten?

  • Als mijn baby op zijn rug geen speeltje met één handje vastpakt, niet met zijn handjes voor zijn gezicht speelt en niet aan zijn buikje voelt.
  • Het kind ligt op zijn buik met de benen “als een kikkertje” achter het lichaam. Bij het grijpen op de buik tilt het de benen op, pakt het alleen met één hand en houdt het de andere onder zich; op de buik leunt het tijdens het grijpen sterk achterover en in de nek ontstaan rimpeltjes.

Vijfde en zesde maand

Vijf maanden is de periode waarin de baby een idee van ruimte begint te ontwikkelen. Het kan een voorwerp met een handje vanuit het midden vastpakken en ontdekt geleidelijk dat een speeltje ook over de middellijn heen kan worden gepakt, wat de basis vormt voor een latere rolbeweging. Op de rug kan het zijn knietjes aanraken.

In de zesde maand verschijnt ook de rol naar de buik. Die rol naar de buik hangt samen met het grijpen van een speeltje over de middellijn heen, waarbij de baby in staat is de hand te volgen die probeert het speeltje over de middellijn te pakken; hij tilt de beentjes op, steunt op de onderliggende arm, waar hij zich op afduwt, en draait zich geleidelijk met behulp van de buikspieren om. Het onderste beentje strekt zich tijdens de rolbeweging uit, tot het kind op zijn buik terechtkomt. Ik vind het belangrijk te benadrukken dat een goede rolbeweging wordt geïnitieerd door grijpen: het kind gaat dus achter het handje aan.

Wanneer opletten?

  • Het kind rolt maar naar één kant.
  • Het rolt met duidelijke overstrekkingen.
  • Het gebruikt de handen niet voor de rolbeweging.


Een baby van een halfjaar brengt inmiddels nog maar weinig tijd door op de rug; de meeste kinderen geven de voorkeur aan de buikligging. Op de rug kan het een speeltje van de ene hand naar de andere overgeven, het handje volledig openen en een voorwerp ook vanaf de duimzijde vastpakken. Op de buik probeert de baby van een halfjaar zo veel mogelijk overzicht te hebben. Het trekt zich omhoog in steun op de geopende handpalmen, zogenaamd naar de “tweede verdieping”, waardoor de ruimte groter wordt en het zich voorbereidt op een “uitzicht” op voorwaartse beweging. Soms komt de baby op deze leeftijd op handen en knieën en wiegt het, maar vanuit zo’n opdruk kan het nog niet kruipen. Soms verschijnt het patroon van “vliegtuigje” of “zwemmen”, waarbij de baby beide armen en benen omhoog heeft en de rug hol maakt. De rolbeweging en de verbinding tussen de hersenhelften zijn ook belangrijk voor de beweging van de tong van links naar rechts; de baby is op deze leeftijd dus klaar om een hapje in de mond te verplaatsen en klaar voor vaste voeding.

Wanneer moet je bij een baby van een halfjaar nog opletten?

  • De baby steunt in de “tweede verdieping” op gesloten vuisten.
  • De steun is asymmetrisch of het lichaam is opgerold als een broodje.
  • Als het in steun op de handpalmen te veel hol lijkt te trekken in de rug.
  • Op de rug raakt het zijn beentjes niet aan.
  • Het patroon van het “vliegtuigje” overheerst boven de steun op de handpalmen.


En wat doet een baby als het al kan rondkijken waar overal dingen zijn om vast te pakken? Dan krijgt het de behoefte om erbij te komen… Maar daarover de volgende keer meer.

Meer weergeven

Proč (ne)potřebuje dítě chodit do školky
Jak umýt dítěti vlásky

Schrijf een reactie

Deze site wordt beschermd door hCaptcha en het privacybeleid en de servicevoorwaarden van hCaptcha zijn van toepassing.